Zangeres van Amsterdamse ontboezemingen en costumière in spe.

De Ambtenaar

Kees, Carel, Bas en Jim, Ik heb er echt geen trek meer in
Waarom moet het altijd zo gaan?
Er komt niks zinnigs uit hun mond, Het lijkt een soort van glitterstront
Is er dan geen man meer normaal?

Neem Carel dan bijvoorbeeld, die verrassend snel m’n hart steelt
Ik hield ‘m nog wel vast van meet af aan
Hij wilde samen naar Athene, maar hij nam ineens de benen
Kan ik de bankier niet verstaan?

Refrein
Een geraffineerd bankier of een knappe kunstenaar           
Nee mij niet meer gezien ik ga nu voo-oo-oor ………   een Ambtenaar

Nee Jim da’s ook een mooie, de koning van ’t flikflooien
Zo krijgt ‘ie alles goed voor elkaar
De kunst is voor ’t leven, z’n liefjes maar voor even
Hij heeft het liefst de vrouw als accessoire

Refrein


Toen was er die keer, dat Bas daar voor mij stond
Rustig en tevreden, beide benen op de grond
Het leek zo’n leuke vent, dus ik vroeg ben jij docent
Maar hij keek alleen wat raar en zei nee…. Ik ben pianohandelaar

refrein
Een geraffineerd bankier, een pianohandelaar            
Nee mij niet meer gezien ik ga nu voor een Ambtenaar
Een geraffineerd bankier, een kunstenaar                
Geen pianohandelaar, doe mij een Ambtenaar
oeh, oeh, oeh.. een ambtenaar

De Verslaving

M’n keel gaat naar de klote, ik voel dat het gebeurt
Het is geen rebellie zoals ik wil geloven, ’t is een verslaving die zo zeurt
Noem ’t hang, zucht, gewenning of begeerte, ’t is een verslaving

Steeds lijk ik te vergeten, dat ik zo m’n stem kwijtraak
Misschien ook wel m’n leven, maar dat ervaar ik minder vaak
Noem ’t hang, zucht, gewenning of begeerte, ’t is een verslaving

De volharding is verdwenen, ik kan zo ook wel zingen

Maar toch zit ik dan te wenen, als ik mij weer niet kon bedwingen

Ik was er al vanaf, bijna een heel jaar lang
Zelf stond ik ook wel paf, van die nieuwe gedachtegang
Iets met doorzettingsvermogen en de wil om door te gaan
Dan gooi je hoge ogen, dan kom je in het licht te staan
Noem ’t hang, zucht, gewenning of begeerte, ’t is een verslaving

Het is een strijd die ik blijf aangaan, ondanks dat ik ‘m vaak verlies
Wil je me excuseren, als ik straks een peukie biets
Noem ’t hang, zucht, gewenning of begeerte, ’t is een verslaving (’t is een verslaving)

Noem ’t hang, zucht, gewenning of begeerte, ’t is een verslaving

Schreeuwend onvermogen

’t is weer zover, ik sta in de mist
Zie geen hand voor ogen
Maar ik voel een houten kist
Oh ik graaf een graf
Diep in de koude grond
Schreeuwend onvermogen                
Dat in de aarde wel verstomt

De angst die ik ruik die houdt me onder schot
De liefde is een fuik
ik ga er telkens aan kapot
Oh ik graaf een graf
Schreeuwend onvermogen                          
Dat in de aarde wel verstomt

Verrot vertrouwen, ’t is een handicap
Weer zo'n tragedie
Nu pak ik echt de schep
Oh ik graaf een graf  
Diep in de koude grond
Schreeuwend onvermogen                        
Dat in de aarde wel verstomt

Ik krijg geen lucht meer, ‘k heb me vergist
Zie geen hand voor ogen
Maar ik voel de houten kist
Ik lig in een graf
Diep in de koude grond
Schreeuwend onvermogen
Dat in de aarde wel verstomt

Oost klinkt 't best

Ik woon gewoon in Oost waar ik ook geboren ben Nou noemen ze ’t Oud Oost wat ik dus niet erken    
Je kan zeggen wat je wil Oud Oost klinkt veel te chique Dat komt bij mij niet binnen, dat is niet wat ik hier zie

Ja, de yuppen hoor je juichen die de stad lijkt op te zuigen Maar mij zie je niet buigen kom dan met je ooggetuigen
Want ik zie dope kappers met doktersjassen aan En brede Turkse bakkers met kleine shirtjes aan

refrein
Oh, oh oh, oh oh Oost
Amsterdam dit is funest
Oh, oh oh, oh oh Oh,
Loos die naam, Oost klinkt ’t best

Hee Kanjer! Hoor ik zacht, ’s avonds laat op straat Ik lach wel maar ik wacht niet, je weet toch hoe dat gaat
Nee ’t is hier niet zo net, misschien niet zoals het hoort Als dat is wat je zoekt loop dan lekker door naar Oostpoort

Ja dat noemen ze Oud Oost ’t is gewoon een grote mop Ontken ’t nou maar niet de kaartjes zitten d’r nog op
Noem ’t nieuwe lekker nieuw, laat mij lekker met rust Hoef ik niet meer te duwen is dit brandje zo geblust

Refrein

150 jaar geleden werd de stad al uitgebreid Niemand had er last van ‘Oost’ in al die eeuwigheid
Nieuwe mensen aangetreden nou hernoemen de wijk Dit beleid is vast geschreven vanuit verdorvenheid

Met die nieuwe stadsverdeling valt Mokum uit elkaar De één zegt dat doet hij, de ander dat ligt daar
Ja ’t is nogal vervelend maar het heeft ook wel één plus Alles is onduidelijk, dat geeft je vrijheid terug

Dus we blijven barbecueën, zijn de ratten in het gras ’t rookt in de vuilnisbakken als het volk er was
Ja Amsterdam, het lijkt wel buurtprotest
Dus loos die naam, Oost klinkt ’t best